|
Praktijk- en beroepsoriëntiatie
Voor een hogere doorstroom en uitstroom is van belang dat aan studenten een reëel beroepsperspectief wordt geboden. Niet elke student wil worden opgeleid als onderzoeker (wo) of wil meteen de praktijk in (hbo). Voor een goede aansluiting kan naast de reeds bestaande masters in een vroeger stadium gebruik worden gemaakt van minors en majors. Hierbij is een goede begeleiding en bevraging van de student noodzakelijk. Hulpmiddelen hiervoor zijn het opstellen van een persoonlijke ontwikkelingsplan (POP) of een portfolio.
Door de praktijk de instellingen binnen te halen krijgen studenten ene reëler praktijk en beroepsperspectief. Contextrijk leren kan hiervoor goed worden gebruikt.
De docent bepaalt in belangrijke mate de keuze van de leerling/student voor een bètatechnische studie. Op dit moment is de negatieve trend doorbroken en kiezen meer leerlingen en studenten voor bèta en techniek. Zonder een nieuwe aanwas van eerstegraads en tweedegraads leraren zal deze positieve trend echter kunnen doorbreken. De lerarenopleidingen verdienen blijvende aandacht. Door de lerarenopleidingen meer te integreren met de huidige opleidingen en onderzoekstrajecten voor aio’s zal meer animo ontstaan voor het docentschap. Een voorbeeld is het aanbieden van een minor educatie.
|