ContactSitemapDisclaimer

Onderwijsvernieuwing


Het onderwijs heeft met name in de exacte vakken in didactisch opzicht, lang stil gestaan. Het is echter wel de manier waarop vo-leerlingen en studenten met bčtatechnische vakken en studies in aanraking komen. Op die manier wordt de visie van de leerling/student gevormd.  De wijze waarop het onderwijs wordt gegeven is een belangrijke factor bij de instroom, doorstroom en uitstroom van studenten.

Uit onderzoek is gebleken dat de docent de spil is in het onderwijs. Niet alleen in het vo maar ook in het ho. Hij of zij inspireert de leerling of student en zijn of haar rol is veelal beslissend voor de keuzes van leerlingen en studenten. De kwaliteit van de docent is erg belangrijk! Onderwijsvernieuwing zal dan ook met name plaats vinden langs de weg van de docent naar de student en de leerling.

De samenwerking en het delen van kennis met het vo spelen hierin een belangrijke rol. Voorbeelden hiervan zijn de uitwisseling van docenten tussen het vo en het ho (Sprint-UP), gezamenlijke vakontwikkeling door het vo en het ho en het laten promoveren van vo-docenten (DUDOC). Centraal staat de doorlopende leerlijn die maakt dat de aansluiting tussen het vo en het ho verbetert. Hierdoor kan uitval van studenten worden voorkomen waardoor de doorstroom verbetert. Belangrijk bij het opzetten van projecten waarbij het vo is betrokken, is dat niet alleen gedacht wordt vanuit het ho maar dat ook de vraag van het vo (waar is echt behoefte aan) wordt gehoord.

De doorlopende leerlijn kan breder worden getrokken. Deze speelt ook een rol bij de doorstroom mbo-hbo en hbo-wo.

Op dit moment zijn er veel didactische vernieuwingen zichtbaar en ontwikkeld. Deze zijn goed bruikbaar voor de instellingen om interessant onderwijs te verzorgen voor studenten en voor vo-leerlingen. Voorbeelden zijn:
• invoering en ontwikkeling van de vakken NLT/Wiskunde D/informatica
• invoering van de bachelor/masterstructuur
• e-learning

Onderwijsvernieuwing betekent niet makkelijker of van mindere kwaliteit. Het is het op maat maken van onderwijs en leerlingen en studenten hun talenten te laten ontdekken en ontwikkelen. Sturen op kwaliteit, studiesucces en studeerbaarheid van de opleiding staan hierbij wel voorop.

De invoering van de bachelor/master structuur maakt differentiatie mogelijk. Niet elke student wil worden opgeleid als onderzoeker (wo) of wil meteen de praktijk in (hbo). Voor een goede aansluiting kan gebruik worden gemaakt van majors en minors.

Snijvlakopleidingen kunnen leerlingen doen besluiten om toch voor een bčtatechnische studie te kiezen. Toch moet hierbij niet onderschat worden dat het een opleiding blijft die voor het grootste deel uit bčta en techniek vakken bestaat, om te voorkomen dat er veel uitval zal zijn.

Inhoudelijk kan worden gedacht aan het contextrijk leren. Studenten en leerlingen raken meer vakinhoudelijk betrokken als er gewerkt wordt aan echte opdrachten/casus. Het bedrijfsleven en meer in het bijzonder ook de sleutelgebieden staat veelal voor samenwerking met het ho en het vo open.