Sprintkompas
Door de onderwijsinstellingen en het Platform Bèta Techniek is de afgelopen jaren veel kennis opgedaan. Onder meer door de jaarlijkse monitor en audit gesprekken. Deze kennis is opgenomen in een kompas. Door bij het ontwikkelen van activiteiten gericht op de in-, door- en uitstroom gebruik te maken van het kompas wordt de opgedane kennis verduurzaamd. Voor alle activiteiten geldt: “meten is weten” en “je weet pas wat je meet als je weet wat je meet”.
In het kompas komen zes aandachtsgebieden aan bod. Een onderwijsinstelling die deelneemt aan Sprint en hiermee het bètadenken aanhangt behoort aan elk gebied aandacht te besteden. Deze aandachtsgebieden hangen nauw met elkaar samen en lopen deels in elkaar over. De wijze waarop aan elk van de gebieden aandacht wordt besteed, de mate waarin dat gebeurt en de keuzes die worden gemaakt zijn aan de instellingen zelf. Het kompas biedt kansen om de instroom, doorstroom en uitstroom duurzaam te bevorderen en hiermee het rendement te verhogen.
Het kompas bevat de volgende aandachtsgebieden: • Onderwijsvernieuwing • Instellingsbeleid (intern) • Profiel- en studie(keuze)begeleiding • Praktijk- en beroepsoriëntatie • (Regionale) netwerken • Aanvullende thema’s Bij alle genoemde onderwerpen is het van belang dat er goed over gecommuniceerd wordt. Wat gebeurt er, door wie, met welk doel en wat zijn de resultaten? Deel de opgedane kennis met de relevante personen binnen en buiten de organisatie. Deze communicatie kan op meerdere manieren plaatsvinden, afhankelijk van het doel en de doelgroep. Denk bijvoorbeeld aan conferenties met alle Sprint-betrokkenen over bepaalde thema’s, nieuwsbrieven, websites, werkbezoeken aan collega-universiteiten of hogescholen, of aan toeleverende vo-scholen en het bedrijfsleven.
|