ContactSitemapDisclaimer


Sprint-UP in de regio Leiden
Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden (start 2008)


Centraal in het plan Leiden staat het Junior Science Lab (JSL). Het project beoogt een permanente centrale locatie te creëren waar kwalitatief hoogwaardig onderwijs verzorgd en ontwikkeld wordt voor vo-scholieren en waarvoor de benodigde infrastructuur te kostbaar is om op middelbare scholen in de regio te plaatsen. In concreto wordt het JSL een laboratorium van 13 x 13 m2 dat een middelbare schoolklas plus enkele begeleiders kan herbergen. De ruimte wordt in principe ingericht om natuurkundige, scheikundige en biologische experimenten uit te voeren, maar ook theoretisch wiskundig onderwijs is mogelijk.

In het JSL verzorgen ho-docenten (experimenteel) onderwijs voor vo-scholieren, vooral voor die onderdelen die tenminste eerstegraads vakkennis vragen. Ook AIO’s kunnen in dit verband als docent optreden. Dit onderwijs kan worden verlegd naar de school, wanneer er behoefte is aan voorbereidende en/of aanvullende theorie, of wanneer bijvoorbeeld besproken wordt hoe de JSL-leerstof past in het curriculum of in een groter natuurwetenschappelijk geheel. Experimenten voor scholieren duren over het algemeen een halve dag en zijn inhoudelijk afgestemd op verschillende leerjaren (3e/4e en 5e/6e klas vwo en 3e/4e/5e klas havo). Voorzien wordt dat uiteindelijk tussen de 4 en 8 klassen het JSL wekelijks bezoeken om een geavanceerd experiment uit te voeren dat aansluit bij het onderwijs dat op dat moment wordt aangeboden op de middelbare school. Zo kan elke klas van de 6 partnerscholen voor elk van de drie experimentele schoolvakken natuurkunde, scheikunde en biologie één tot twee maal per jaar van het JSL gebruik maken.

Voor vo-docenten is het LAPP-Top for Teachers (LAPP-T) programma ontwikkeld:
1. het aanbieden van een uitdagend programma (ook onderzoekstrajecten passen hierin) voor academisch geschoolde vwo-docenten in de bovenbouw van het atheneum en gymnasium waarin ook aandacht zal zijn voor vertaalslag van het programma naar de sectie en de school;
2. het opzetten van een buddysysteem waarbij vwo-docenten en wo-docenten worden gekoppeld afhankelijk van het interessegebied met als doel gebruik te maken van elkaars expertise, elkaar wederzijds op de hoogte te houden van ontwikkelingen en voor elkaar als vraagbaak te dienen.
3. het opstarten van contacten/netwerken van docenten vwo-wo in een programma waarin vwo-docenten, docenten van faculteiten en van het ICLON participeren.

Een LAPP-T programma bestaat uit zeven bijeenkomsten van drie uur. De studielast is 52 uur. Deze bestaat uit 21 uur contacttijd (7 bijeenkomsten van 3 uur) en 30 uur zelfstudie. Daarvan is 21 uur gereserveerd voor voorbereiding en uitwerking van de bijeenkomsten en 10 voor verslaglegging. Om collega-docenten op school mee te laten profiteren verzorgt elke deelnemer een presentatie op zijn/haar school. Iedere deelnemer levert ook een bijdrage aan een gemeenschappelijk verslag.

De activiteiten waaraan tot nu toe is gewerkt vallen in deze beginfase met name onder LAPP-Top for Teachers. Er zijn meerdere interactieve bijeenkomsten georganiseerd waarbij academisch geschoolde vo-docenten op de hoogte zijn gebracht van recente ontwikkelingen binnen het wetenschappelijk onderzoek. Deze inhoudelijke bijeenkomsten waren per vakgebied verschillend.

Vervolgens zijn de vo- en wo-docenten en vakdidactici met elkaar in gesprek gegaan over hoe de nieuw opgedane kennis kan worden ingezet in de ontwikkeling van nieuwe praktische onderwijsmodules. De vakdidactische bijeenkomst had als onderwerp ‘didactiek en practica’. Aan de hand van didactisch onderzoek is besproken "What does the laboratory accomplish that could not be accomplished as well by less expensive and less time-consuming alternatives?" om zo te komen tot kaders voor het te ontwikkelen materiaal. In deze bijeenkomst zijn docenten ook concreet gaan brainstormen over de te ontwikkelen practica. In de daaropvolgende weken hebben de verschillende groepen verder gewerkt aan het materiaal onder begeleiding van de directeur JSL, een technisch onderwijs assistent en een vakdidacticus.

In 2009 zullen de leerlingen deze practica komen uitvoeren in het JSL.