ContactSitemapDisclaimer


Sprint-UP in de regio Groningen
Rijksuniversiteit Groningen (start 2008)


In het eerste projectjaar worden maximaal vier ontwikkelteams geformeerd van elk drie promovendi. Een ontwikkelteam schrijft een lesmodule (NLT of wiskunde D) met een omvang van 40 studielasturen (slu). In de praktijk komt dit neer op ongeveer 20 lessen, practica zijn waar mogelijk onderdelen van de module. Deze modulen bestaan uit een aantal lessen waarin de promovendus zijn eigen onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen presenteert als lesstof met vragen op het niveau van leerlingen uit vwo 4 of 5. Voor eventuele practica staat het vrij om de school te gebruiken of om de leerlingen naar de universiteit te halen om experimenten uit te voeren (zie werkpakket 2). Zo worden het eerste jaar in totaal vier modules gerealiseerd. De ontwikkelaars geven elk hun module één keer in de tweede fase havo/vwo.

Het Instituut voor Didactiek en Onderwijsontwikkeling (IDO) en het UOCG verrichten de didactische begeleiding bij het ontwikkelen van deze module. Promovendi die dit traject volgen en afronden zijn vrijgesteld van voorbereidende en oriënterende cursussen om de éénjarige educatiemaster na hun opleiding te volgen. Iedere deelnemende netwerkschool neemt twee modules af binnen het vak Natuur, Leven en Technologie.

Tegelijkertijd levert elke netwerkschool één (of meerdere) vo-docent van de exacte vakken; deze docent geeft aan de RUG een werkcollege of practicum. De stof van het betreffende werkcollege maakt de vo-docent zich eigen door zelfstudie en het volgen van de colleges van de hoofddocent en een aantal introductie-bijeenkomsten. In het eerste jaar verzorgt een docent uit het voortgezet onderwijs op deze wijze zes werkcolleges (en eventueel practica). Op deze manier komt de vo-docent in aanraking met het hoger onderwijs.