ContactSitemapDisclaimer


Waarom Sprint-UP?



Met Sprint-UP worden meerdere doelen gediend. In de eerste plaats beoogt Sprint-UP een bijdrage te leveren aan het oplossen van de tekorten aan docenten exacte vakken in het voortgezet onderwijs. In de tweede plaats kan Sprint-UP een impuls geven aan een aantrekkelijker invulling van het leraarsberoep en loopbaanperspectief. Dit heeft een direct effect op de kwaliteit van het onderwijs. Sprint-UP is een programma van en door docenten. De docent is de spil in het onderwijs; goede docenten zijn cruciaal. Docenten kunnen voor leerlingen een rolmodel zijn. Na jaren van een  dalende instroom, is er een stijgende trend van de instroom in het bètatechnisch onderwijs, met name in het wetenschappelijk onderwijs. Deze positieve ontwikkeling kan omgekeerd worden door een tekort aan eerstegraads docenten in exacte vakken. Het Platform Bèta Techniek stelt de realisatie van doorlopende  leerlijnen centraal. Sprint-UP versterkt de doorlopende leerlijn vo-ho: belangrijk doel van Sprint-UP is het verbeteren van de aansluiting tussen vo en ho. Dit heeft zowel betrekking op het programma van de exacte vakken als op de wijze waarop de vakken worden gegeven. Met name voor leerlingen betekent dit een kwaliteitsverbetering.

Commissie Rinnooy Kan
‘Leraren verdienen ons aller steun bij het veiligstellen van de leerkracht van Nederland!’, zo geeft de  Commissie Rinnooy Kan aan. De commissie ondersteunt van harte het uitwisselingsinitiatief, zo staat in  het rapport ‘LeerKracht!’ dat minister Plasterk en de staatssecretarissen Van Bijsterveldt en Dijksma op 12 september in ontvangst namen:  “Hierdoor zijn op korte termijn meer eerstegraads bevoegde leraren in het voortgezet onderwijs beschikbaar. Bovendien krijgt het onderwijs een kwaliteitsimpuls.”
Lees de column die Alexander Rinnooy Kan schreef voor de Sprint-UP-krant

VSNU
De VSNU wil aandacht voor het beter benutten van jong wetenschapstalent voor de maatschappij en vindt  het belangrijk promovendi en postdocs meer toekomstperspectieven te bieden. Dat kan ondermeer via duale trajecten  voor promovendi en postdocs. Zij is van mening dat het goed is als promovendi ervaring opdoen in en met het onderwijs tijdens het promotietraject. Het programma Sprint-UP past daarin.

Hoge ambities
De ambities van Sprint-UP zijn hoog. Er moet in bètatechniek een blijvende dynamiek ontstaan tussen vo  en ho, zowel voor de instellingen, de docenten als de leerlingen. Voor alle partijen moet de winst duidelijk zijn: interessanter onderwijs, interessantere inhoud van het bètavakgebied, interessantere banen,  nteressantere loopbanen. Over de hele linie vo-ho moet het een impuls geven aan bètatechniek, zodat  meer mensen bewust kunnen kiezen voor een interessante (studie)loopbaan in bètatechniek. Spannend in de aanpak van Sprint-UP is de grote vrijheid die aan vo en ho wordt gegeven. Elke regio zal op zijn eigen manier invulling geven aan het programma. Van alle kanten wordt dan ook met interesse, spanning  en verwachting gekeken naar de wijze waarop de regionaal samenwerkende partijen uitvoering zullen  even aan Sprint-UP en hoe het gaat uitpakken. Het programma wordt op de voet gevolgd door het Platform Bèta Techniek en de expertcommissie. Tussentijds en na afloop worden de  resultaten bekeken en vindt een evaluatie plaats. Nadrukkelijk wordt dan bezien of een dergelijk  programma ook wenselijk en toepasbaar is binnen andere onderwijssectoren  waar een kwantitatief of kwalitatief tekort is of dreigt.