ContactSitemapDisclaimer

Hogeschool van Amsterdam
Bijdragen aan een leven lang leren

Introductie
Aan de vooravond van het project zijn de zeven voorhoedescholen geïnterviewd. Waarom doen ze mee, wat gaan ze de komende tijd doen, waar liggen hun prioriteiten?

Hogeschool van Amsterdam

  • honderd opleidingen, acht onderwijsdomeinen
  • 25.000 studenten
  • domein Techniek: circa 4.500 studenten en twaalf opleidingen, waarvan vijf in deeltijd
  • favoriete studierichtingen: Aviation en Forensisch Onderzoek
  • beroepsonderwijs volwassenen: circa 400 deelnemers, veelal EVC-trajecten
  • focus: effectief accountmanagement, verhoging instroom deeltijdopleidingen, EVC- en maatwerktrajecten
  • positionering: partner in optimale ontwikkeling werknemers
  • projectleider: Otto de Graaf, o.w.de.graaf@hva.nl
  • bestuurder: Gerard van Haarlem, voorzitter domein Techniek


foto: Otto de Graaf en Gerard van Haarlem

Amsterdam, 23 januari 2008 – De Amsterdamse Hogeschool voor Techniek
wil naadloos aansluiten op de opleidingsbehoefte van het bedrijfsleven. Om dit waar te maken investeren projectleider Otto de Graaf en domeinvoorzitter Gerard van Haarlem in accountmanagers en training voor hun eigen docenten. ‘Action learning zorgt ervoor dat studenten effectiever leren.’

Wat maakt jullie tot een voorhoedeschool?

Gerard van Haarlem: ‘Wij hebben een nieuw opleidingenaanbod ontwikkeld dat beter aansluit bij de wensen van het bedrijfsleven. Dit is gebeurd na intensief overleg met bedrijven als Shell, Corus, Stork en enkele ingenieursbureaus. Het project past goed bij onze ambitie om onze opleidingen volledig af te stemmen op de vraag van werkgevers en werknemers. Onze Technische Hogeschool heeft de afgelopen jaren een gemiddelde groei van vijftien procent gerealiseerd, terwijl vergelijkbare onderwijsinstellingen niet verder kwamen dan hooguit twee procent.’

Otto de Graaf: ‘Zes jaar geleden hadden wij nog hetzelfde aanbod als andere technische Hogescholen. Studenten konden bij ons bijvoorbeeld nog de opleiding Petroleum en gastechnologie volgen. Door onze contacten met het bedrijfsleven kwamen wij erachter dat er vooral behoefte is aan breed opgeleide ingenieurs, goede projectmanagers met probleemoplossend en innovatief vermogen.’

Wat is jullie motivatie om deel te nemen aan dit project?

Van Haarlem: ‘Het delen van kennis en ervaring met de andere deelnemende opleidingen is de absolute meerwaarde van dit project. Bij de uitvoering van ons onderwijs lopen wij tegen de Nederlandse regelgeving aan. Zo mogen wij maar een beperkt aantal onderwijsuren bij Corus op de werkvloer verzorgen. Terwijl studenten veel effectiever leren als hun studie aansluit op de dagelijkse werkpraktijk. We hopen dit via het project bespreekbaar te kunnen maken, zodat deze regelgeving kan worden aangepast. Verder genereert deelname de nodige publiciteit voor onze Hogeschool.’

Hoe willen jullie het beroepsonderwijs voor volwassenen een extra impuls gaan geven? Waar ligt de focus in 2008?
Van Haarlem: ‘Wij zijn bezig met een businessplan om nog beter te kunnen aansluiten bij de behoeften vanuit de markt. Zo hebben we twee accountmanagers aangesteld die alle relevante bedrijven bezoeken. Organisaties geven zelf aan dat ze hun personeel willen upgraden. Door de vergrijzing is de vervangingsvraag groot. Om medewerkers aan zich te binden, zijn bedrijven eerder bereid om bijscholing aan te bieden.’

De Graaf: ‘Toch valt het aantal aanmeldingen van deeltijdstudenten tegen. Werknemers schipperen met een goed evenwicht tussen werk, studeren en vrije tijd. Wij willen daarom nog meer bekendheid geven aan onze EVC- en maatwerktrajecten. Dit zijn studieprogramma’s op maat, toegespitst op de kennis en ervaring van de individuele deeltijdstudent. Door deze trajecten kunnen studenten in kortere tijd hun hbo-diploma behalen.’

Wat vraagt dit van uw organisatie en van uw medewerkers?

De Graaf: ‘Onze docententeams geven les aan voltijd- en deeltijdstudenten. Maar het beroepsonderwijs voor volwassenen vraagt om andere didactische vaardigheden. Onze docenten, die vooral uit het bedrijfsleven afkomstig zijn, krijgen training van onderwijskundige medewerkers op het gebied van action learning. Bij de overdracht van kennis sluit deze methode effectief aan bij de opgedane werkervaring en competenties van de studenten.’

Het project voorhoedescholen kent een beperkte looptijd. Waar willen jullie staan eind 2008. En wat is jullie missie voor de jaren erna?

Van Haarlem: ‘Onze ambitie is om dit jaar een instroom van vijftien procent bij onze deeltijdopleidingen te realiseren en dit in twee jaar tijd te verhogen tot dertig procent. Dit is natuurlijk sterk afhankelijk van een goede match tussen vraag en aanbod. Wij streven naar een naadloze aansluiting tussen ons aanbod en de behoefte van werkgevers en werknemers. Ook willen wij onze EVC- en maatwerktrajecten verder uitbreiden. Ik zie het als onze maatschappelijke missie om bij te dragen aan het ontplooien en upgraden van medewerkers. Kortom: bijdragen aan een leven lang leren.’