|
Alfa-college Duurzame kennisnetwerken met regionaal MKB
Introductie Aan de vooravond van het project zijn de zeven voorhoedescholen geïnterviewd. Waarom doen ze mee, wat gaan ze de komende tijd doen, waar liggen hun prioriteiten?
|
Alfa-college, Groningen
- 120 opleidingen
- 11.000 leerlingen, elf locaties in Groningen, Drenthe en Noordoost Overijssel
- favoriete studierichting: Sport en Beweging
- beroepsonderwijs volwassenen: circa 2.000 deelnemers
- focus: duurzame, hechte relaties met het bedrijfsleven, uitwisseling van kennis
- positionering: maatschappelijke onderneming die talenten laat groeien
- projectleider: Luuk Idema, lw.idema@alfa-college.nl
- bestuurder: Berend Kamphuis
|
 foto Luuk Idema en Berend Kamphuis
Groningen, 28 januari 2008 – De dynamiek van de markt verbinden met de dynamiek van het onderwijs. Dat is de grootste uitdaging voor het Alfa-college bij het ontwikkelen van beroepsonderwijs voor volwassenen voor het bedrijfsleven. Een klantgerichte houding en proactief handelen staan daarbij voorop.
Waarom doet jullie school mee aan het project voorhoedescholen?
Berend Kamphuis: 'Los van dit project waren we al bezig om Leven Lang Leren intern vorm te geven in het KennisConcern. Dit is geen zelfstandige unit, maar een programma waarin we onderzoeken hoe we het beste als ROC kunnen inspelen op de vragen van het bedrijfsleven. Toen we de mogelijkheid kregen om voor te sorteren als voorhoedeschool, paste dat perfect in de beweging die we met het KennisConcern in gang hadden gezet. We verwachten dat we met het project enkele doorbraken kunnen realiseren die we nodig hebben om effectief te zijn op de markt van Leven Lang Leren.'
Luuk Idema: 'Het is voor ons een prachtige manier om expertise uit te wisselen. Zo hoorden we bij een andere voorhoedeschool over de vitaliteitsgedachte. Waar we ons voorheen vooral richtten op het BOL-onderwijs gaat het nu veel meer om het creëren van een levensvatbaar geheel van opleidingen in verschillende vormen voor een bepaalde branche. Dat vind ik verrijkend. We willen graag van anderen leren. Omgekeerd denk ik dat wij collega-scholen in het project aan de hand van onze methodiek van kenniskringen kunnen leren om een proactieve rol te spelen. Kenniskringen zijn onze manier om duurzame relaties en netwerken te creëren met het MKB in de regio.'
Welke rol spelen deze kenniskringen in jullie strategie om beroepsonderwijs voor volwassenen te ontwikkelen?
Kamphuis: 'Nog niet zo lang geleden stond de relatie met het bedrijfsleven in het teken van een opleiding verkopen - en dat was het. We merken steeds meer dat onderwijsinstellingen en bedrijven werkelijk op elkaar zijn aangewezen om de dynamiek die op ons beide afkomt te verstaan en daar een gezamenlijk antwoord op te vinden. In Hoogeveen hebben we zeven kenniskringen gevormd naar thematische onderwijsvelden zoals veiligheid en transport & logistiek. Met deze bedrijven -die ook elkaars concurrent zijn - zitten we rond de tafel en wisselen we kennis uit over de markt, de latente scholingsvraag, het personeelsbestand en prognoses. In ons werkgebied is veel MKB - die bedrijven zijn afzonderlijk veelal te klein om met een eigen P&O-functie scholingsvragen in beeld te brengen en te organiseren. Tezamen kunnen we dat wel. Je kunt zeggen dat we elkaars natuurlijke bondgenoten zijn geworden.'
Wat betekent dit voor uw interne organisatie?
Idema: 'De scholingsbehoefte die we signaleren in de kenniskringen vertalen we in een leervraag. Dan komt het punt hoe je dat intern gaat organiseren. Onderbrengen in een aparte eenheid? Of krijgt elke afzonderlijke onderwijsunit zijn eigen afdeling die de opleidingsactiviteiten voor het bedrijfsleven verwerft en uitvoert? Met ons KennisConcern hebben wij voor een middenweg gekozen. In deze centrale eenheid vindt bijvoorbeeld de acquisitie plaats en creëren we standaarden en uniforme spelregels. Dat werpt al vruchten af. We hebben al veel documenten en procedures ontwikkeld zoals kostprijsberekeningmodellen, verkoopregisters en plannen. De uitvoering van de scholing vindt echter plaats binnen de onderwijsunits. Het is de kunst hoe je op een handige manier de relatie tussen die centrale eenheid en de onderwijsunits vormgeeft.'
Kamphuis: 'Voor ons is het een uitdaging om de dynamiek van de markt te verbinden met de dynamiek van het onderwijs. Reguliere opleidingen zijn een vorm van productieproces met een eigen ritme. Maar als je wilt inspelen op de doelgroep van 23 jaar en ouder, dan komt dat standaardproces niet zo mooi uit. Dan moet je zó flexibel zijn dat je voor een bedrijf een cursus op elk moment, voor een variabele groepsgrootte en van elke gewenste lengte kunt geven. In het reguliere productieproces hebben we geen productiecapaciteit om dat op te vangen. Voor een deel moet je het dus apart organiseren zoals wij gedaan hebben in het KennisConcern. Daarnaast moet je het ook heel dicht bij het primaire proces neerzetten. Diverse bedrijfsvoeringprocessen kunnen een brug slaan tussen het KennisConcern en de opleidingsunits, onder meer het plannen van contractactiviteiten en het inlenen van docenten. Daar gaan we in het kader van de voorhoedescholen op inspelen.'
Idema: 'Daarnaast willen ook een omslag maken in cultuur en gedrag. Het gaat erom dat we de goede klantgerichte houding krijgen. Voor docenten hebben we in het kader van het KennisConcern docentstages ontwikkeld. Docenten lopen dan mee in het productieproces van een bedrijf. Het is noodzakelijk dat zij up-to-date kennis opdoen voor hun praktijk in de klas. Zij moeten immers wel geloofwaardig zijn. Die kennisontwikkeling moet je als school niet overlaten aan de individuele goede wil van docenten, maar deze collectief faciliteren. De kenniskringen spelen hierin een belangrijke rol. Daarmee bouwen we een infrastructuur voor kennisontwikkeling, zodat bedrijven zeggen: met die school willen we samenwerken!'
Waar wilt u als school eind 2008 staan? Hoe ziet uw ambitie eruit?
Kamphuis: 'Kwantitatief willen we dat onze omzet in Leven Lang Leren stijgt. We willen dat het aantal deelnemers boven de 23 jaar met tien procent groeit en dat de omzet in contractactiviteiten stijgt tot het branchegemiddelde. Maar in essentie willen we een kwalitatieve beweging maken: in organisatie, in gedrag en in methoden. Om als school gevoelig te worden voor wat er op de markt gebeurt en daar ondernemend op in te spelen. Een belangrijke sleutel ligt in het smeden van langdurige en hechte relaties met bedrijven. Vroeger kon je als docent een krantenbericht over een bedrijfssluiting en over de noodzakelijke herscholing nog naast je neerleggen. Nu moeten we toe naar een situatie dat, lang voordat een bedrijfssluiting in de krant komt, het bedrijf – mede door de alertheid van die docent - al bij de school heeft aangeklopt en je samen al afspraken hebt gemaakt over herscholing. Naar zo'n relatie met het bedrijfsleven moeten we toe!'
|